Met de sneeuwwitte haren glinsterend in het maanlicht draafde een prachtige wolf langs het bospad. Zijn ogen keken vluchtig in het rond, speurden de horizon af. Alles was vredig in deze omgeving. Tientallen meters verderop stak een eekhoorn een open plek over. Vijftien seconden later lag de witte wolf er in het gras, in zijn bek de restanten van de kleine knager. Erheen sluipen, tien seconden. De prooi viseren, één seconde. Toeslaan, een halve seconde. Het weerloze diertje doodbijten, twee seconden, Gaan zitten om te eten, anderhalve seconde. Vijftien tellen was genoeg om een leven van eikels verzamelen weg te vagen. Ondertussen ging in de brousse een vlinder op een bloem zitten. De bloem wiebelde onzichtbaar voor het menselijk oog.
In een ziekenhuis in New York City werd een jongen geboren die de naam 'Jeff' voor de rest van zijn leven zou dragen. Zes weken later was het springtij in Oostende hoger dan ooit tevoren.
Al deze gebeurtenissen hebben niets met elkaar te maken, behalve dat ze volstrekt willekeurig op dit blad zijn beland. Over vijf minuten drink ik een pint.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten